Safranski
De uitvinding van het sceptische individu is de belangrijkste vernieuwing van de Europese en westerse cultuur.
Rüdiger Safranski in een lezing over de Europese identiteit, Amsterdam (2016)
De bekende biograaf van onder meer Goethe, Schopenhauer en Heidegger stelt dat de Europese mens iemand is die vraagtekens durft te plaatsen en twijfel toestaat. Voorbeelden zijn Maarten Luther, die de macht van de kerk ter discussie stelde, wat leidde tot de Reformatie, en Erasmus, die de aanstoot gaf tot een kritische maatschappij. De Griekse term skepsis betekent ‘onderzoek’. Hedendaagse sceptici verbaast het wellicht dat reeds Paulus in zijn eerste brief aan de Tessalonicenzen schrijft: ‘Onderzoek alles.’ Maar hij voegde daar wel iets wezenlijks aan toe: ‘Behoud het goede, en vermijd alle kwaad.’
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Men zal op Schopenhauer moeten teruggrijpen om onze tijd te kunnen verstaan.
Rüdiger Safranski in Arthur Schopenhauer. De woelige jaren van de filosofie (1987)
In zijn voorwoord tot de biografie van de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788-1860) zet Rüdiger Safranski (1945) diens diepgevoelde pessimisme af tegen het optimisme van Immanuel Kant over de Franse Revolutie. Volgens Kant was de Franse Revolutie een historisch fenomeen dat door de mensheid nooit meer vergeten zou worden ‘omdat het in de menselijke natuur een aanleg en een vermogen ten goede aan het licht heeft gebracht’. Hoewel Schopenhauer altijd zijn diepe bewondering voor Kant is blijven uiten, had hij weinig op met diens heilige geloof in ‘de Rede’. Hij beschouwde de Rede als een ‘leerling-verkoopster’ die overal heen loopt waar haar chef, de Wil, haar naartoe stuurt. Zelf waren die lotgevallen van de wil in zijn persoonlijk leven en het leven in het algemeen een ware nachtmerrie. Om zich daartegen te beschermen, zegt Safranski, integreerde hij die nachtmerrie in de kern van zijn filosofie. Want, zo schreef Schopenhauer, ‘een filosofie waarin men tussen de regels door niet de tranen, het geween en tandengeknars en het getier van een algemene wederzijdse uitroeiing hoort, is geen filosofie’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media