Ludwig Wittgenstein in Culture and Value (1998)
Wittgenstein noteert in 1950 dat hij denkt dat godsbewijzen worden gegeven door gelovigen die hun ‘geloof’ met hun verstand willen analyseren en onderbouwen, maar zelf nooit door zo’n bewijs tot geloof zouden zijn gekomen. Hij denkt wel dat ‘het leven’ je kan ‘opvoeden’ tot een ‘geloof in God’. Het zijn namelijk ervaringen die dat doen. Daarmee bedoelt hij geen visioenen of zintuiglijke ervaringen, maar verschillende soorten lijden. En deze tonen ons God niet zoals een zintuiglijke indruk ons een voorwerp toont. Het zijn ervaringen, gedachten, het is het leven zelf dat het Godsbegrip aan ons opdringt.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media