Je vriend, je geliefde, je kind of wie er verder voorwerp van je liefde is, heeft er recht op dat die liefde geuit wordt.

Søren Kierkegaard in Wat de liefde doet (1847, vertaling 2007)

Als je waarachtig van iemand houdt, moet je dat zeggen en de emotie niet verborgen houden, vindt Kierkegaard (1813-1855). Wanneer iemand je werkelijk ‘innerlijk beweegt’, behoort die beweging niet jou toe maar de ander. Je moet je ook niet schamen voor je gevoelens, want als je daarom zwijgt en je liefde niet laat blijken, kan zoiets ‘juist betekenen dat je liefdeloos onrecht doet, vergelijkbaar met iemand onthouden wat hem of haar toekomt’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media