Antropoceen
Wij zijn nu gedagvaard om voor GAIA te verschijnen.
Bruno Latour in An inquiry into modes of existence (2013)
Als zelfs ‘onverstoorbare en serieuze types’ als geologen gaan praten over het Antropoceen en de mensheid zien als een kracht met dezelfde omvang als vulkanen en platentektoniek, is er volgens Latour geen hoop meer dat we Wetenschap en Politiek ooit nog kunnen scheiden. Maar daarmee functioneert de toetssteen waarmee de moderne mens zich van het verleden en andere culturen probeerde te onderscheiden ook niet meer. Daarom moeten we nu voor een nieuwe rechter verschijnen: Gaia, die ‘vreemde, dubbel samengestelde figuur die bestaat uit wetenschap en mythologie’. In Oog in oog met Gaia (2015) presenteert Latour zijn gedachten over het ‘Nieuwe Klimaatregime’ waartoe dit besef ons dwingt.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Wie verdwaald is, moet in de eerste plaats het feit accepteren dat hij verdwaald is.
John Huth, geparafraseerd in René ten Bos in Dwalen door het Antropoceen (2017)
In de ‘Aantekeningen en opmerkingen’ bij zijn boek over het Antropoceen, de nieuwe geologische tijd waarin de aarde verandert onder invloed van de mens, mijmert René ten Bos (1959) over het (ver)dwalen uit de titel. Als je verdwaald bent in een bos schijnt het in één rechte lijn blijven lopen niet de beste strategie te zijn (zoals Descartes dacht). ‘Rechte lijnen zijn iets voor landbouwers en stadsmensen, maar niets voor bosbewoners.’ Volgens Ten Bos (what’s in a name) is de beste manier om uit het bos te geraken, eerst maar eens te wennen aan het bos.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
We geven namen omdat we bang zijn.
René ten Bos in Dwalen door het Antropoceen (2017)
Denker des Vaderlands René ten Bos (1959) vraagt zich af waarom er de laatste jaren zo vaak wordt gesproken over het ‘Antropoceen’ als een nieuwe geologische tijd, de tijd waarin de aarde verandert onder invloed van de mens. Daarbij reflecteert hij ook op het waarom van zo’n naam als Antropoceen. Volgens hem geven we zaken een naam omdat we bang zijn, ‘voor het onbekende, het richtingloze, het doelloze’. In het geval van de klimaatverandering en dergelijke verschijnselen gaat het niet om onbekende verschijnselen, maar vooral om twee vragen waarop het antwoord onbekend is:
1. Wat zijn de gevolgen voor ons van deze verschijnselen?
2. Hoe moeten we een en ander aanpakken?
‘Het is alsof we dokters zijn die bij een patiënt een treffende diagnose hebben gesteld, maar niets weten over het verdere verloop van de kwaal, laat staan over de therapie.’
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media