Chaos
Bij een ‘Eureka’ over een wetenschappelijke ontdekking hoort voor mij ook een ‘Dank je wel, God’.
Heino Falcke aan ForumC in een interview voor geloofenwetenschap.nl
Hoogleraar sterrenkunde Falcke doet onderzoek naar zwarte gaten, maar dat botst niet met zijn geloof. Het geloof is ook niet bedoeld om ‘gaten’ in de wetenschap te vullen. Hij vindt juist dat wetenschap zijn geloof kan verdiepen, want met al zijn kennis blijft hij zich verwonderen over hoe groot en oud het heelal is en hoe alles wat er is gekomen al ‘ingebouwd’ was in de chaos in het begin. Het idee van sterren, planeten, materie, natuurwetten, het leven was er allemaal al. ‘Als wetenschapper onderzoek je dit. Als gelovige kun je God ervoor prijzen.’
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Wittgenstein: Vertel me nou niet … alsjeblieft, vertel me nou niet dat u uitgaat van een onafhankelijk bestaan van een wiskundige werkelijkheid? Bertrand Russell: Natuurlijk doe ik dat. Zo niet dan leven we in een totale chaos!
Stel je bij de geciteerde vraag een geagiteerde jongeman voor, staande, zijn mond vertrokken van afschuw, terwijl hij zich wel de haren met de vuisten uit zijn hoofd lijkt te willen trekken. En bij het rustige, zelfverzekerde antwoord een oudere man, zijn hoofd tussen de rookwolken uit zijn pijp, zich nauwelijks iets aantrekkend van de opwinding van de jongeman achter hem. Het is bijna niet te geloven, maar er bestaat een stripboek over de zoektocht naar de fundamenten van de wiskunde, en het werd nog een bestseller ook. Voor wie bereid is zich niet te laten afschrikken door de woorden ‘wiskunde’ en ‘logica’ heeft de zoektocht van Bertrand Russell aan het begin van de twintigste eeuw naar de onbetwistbare beginselen van de wiskunde alles van een tragedie. Net heeft hij na tien jaar zijn (met Whitehead geschreven) boek Principia mathematica (1910-1913) af of zijn briljante leerling Ludwig Wittgenstein zegt dat er niets van klopt. Later bewijst Kurt Gödel zelfs dat Russells zoektocht principieel onmogelijk is.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Ik kan dit vertrouwen in het rationele karakter van de werkelijkheid en in het feit dat diezelfde werkelijkheid tot op zekere hoogte voor de menselijke rede toegankelijk is, niet anders tot uitdrukking brengen dan door het woord ‘religieus’.
Albert Einstein, geciteerd in Walter Isaacson – Einstein: De biografie (2007)
Dit antwoordt de grote natuurkundige Albert Einstein (1879–1955) zijn vriend Maurice Solovine, een Roemeense filosoof en wiskundige. Deze laatste had gezegd dat hij het ‘vreemd’ vond dat Einstein de begrijpelijkheid van de wereld zag als een ‘eeuwig mysterie’. Einstein stelde dat het logischer zou zijn als er alleen maar chaos was, en dat het daarom zo bijzonder is dat er zo veel orde in het universum is. Hij verwijt positivisten (die menen dat je alleen zintuiglijke kennis kunt opdoen) en atheïsten dat ze geen oog hebben voor dit ‘wonder’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Wijsheid is op tijd naar de wc gaan.
Freek de Jonge in De goeroe en de dissident (1988)