Metafysica
Om zijn reputatie te behouden moet elke wetenschapper zeggen dat hij een hekel heeft aan metafysica.
Alfred North Whitehead, geciteerd in George P. Conger, “Whitehead lecture notes: Seminary in Logic: Logical and Metaphysical Problems”, 1927, Manuscripts and Archives, Yale University Library, Yale University, New Haven, Connecticut
Toen Whitehead (1861–1947) in de jaren 1920 begon te schrijven over metafysica was die, door het succes van de empirische wetenschappen, zeer uit de mode. Voor hem was de klassieke vraag naar de aard van het universum en het bestaan echter wel degelijk een onderzoek waard, temeer daar je er als denker niet aan kunt ontsnappen om daar bewust of onbewust een antwoord op te geven. Volgens hem hadden wetenschappers dan ook niet werkelijk een hekel aan metafysica, maar alleen aan mogelijke kritiek op die van henzelf.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Bestaan / Kritiek / Metafysica / Universum / Wetenschap
Denkers : Whitehead
Een meedogenloos, doctrinair vermijden van ontaarding is een ander soort ontaardheid.
Robert M. Pirsig in Lila (1991)
Ook in zijn tweede boek, na dat beroemde over Zen en de kunst van het motoronderhoud, is er een verhaal over een reis (hier per boot) met een tegenpool die laat zien dat Pirsigs alter ego Phaedrus maar moeilijk tegelijkertijd een filosofisch stelsel kan uitdenken en opschrijven én een liefdevol contact kan hebben met een medemens. Dit keer is dat Lila, een vage kennis die met hem mee vaart. In mystieke zin is het schrijven van een metafysica, volgens Pirsig, dan ook een ‘ontaarde activiteit’, maar het doctrinair vermijden van ontaarding is een ander soort ontaardheid, namelijk die van fanatici.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Als we een verslag willen van ongeïnterpreteerde ervaring, moeten we een steen vragen zijn autobiografie te schrijven.
Alfred North Whitehead in Process and Reality (1927-1928, 1978, p. 15)
In zijn boek Process and Reality verdedigt de Britse wiskundige en filosoof Alfred North Whitehead (1861-1947) zich tegen de kritiek op de zogenaamde ‘speculatieve filosofie’, die hij bedrijft. Vanaf Francis Bacon wordt speculatieve filosofie, of metafysica, beschouwd als volstrekt nutteloos. We moeten feiten in detail beschrijven en wetten aan het licht brengen die niet algemener zijn dan een strikte systematisering van die details. Maar volgens Whitehead zijn er helaas geen ruwe, onafhankelijke feiten die los van hun interpretatie binnen een systeem begrepen kunnen worden. Alleen een steen ‘ervaart’ zonder interpretatie. Filosofie moet zich daarom niet bezighouden met het verzinnen van interpretaties, maar wel met kritiek op en rechtvaardiging van de interpretaties die we nu eenmaal gedwongen zijn te gebruiken bij het ervaren van de werkelijkheid.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Ervaring / Feiten / Interpretatie / Metafysica / Speculatie / Werkelijkheid
Denkers : Bacon / Whitehead
De mensheid weet nooit precies waar zij naar op zoek is.
Alfred North Whitehead in Process and Reality (1927-1928)
Onder meer met deze uitspraak verdedigt de Britse wiskundige en filosoof Alfred North Whitehead (1861-1947) zijn project in het duizelingwekkende Process and Reality. Hierin beoefent hij namelijk de zogenaamde ‘speculatieve filosofie’, en er zijn weinig filosofische ondernemingen die in de twintigste eeuw zoveel kritiek kregen als juist die.
Systematisch redeneren had in de wetenschappen voor veel vooruitgang gezorgd, maar het was veel te ambitieus om te geloven dat die methode ook zou kunnen leiden tot metafysische systemen over ‘de algemene aard van de dingen’. Dat blijkt ook wel, vinden de critici, want het heeft in de loop der tijden alleen maar talloze varianten daarvan opgeleverd, waarvan de meeste door niemand meer worden aangehangen en die elkaar onderling tegenspreken.
Maar, zegt Whitehead, dan zou je de wetenschappen hun succes ook moeten ontzeggen, want die verlaten ook steeds hun theorieën voor betere. Hij ziet bovendien ook in de metafysica vooruitgang, ook al zien we steeds weer de beperkte toepassing van die ideeën, of juist daarom. Wij weten ‘nooit precies waar wij naar op zoek zijn’, en de ‘wereld oordeelt zonder dwaling’ (Augustinus) over de bruikbaarheid van onze systemen.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Mensheid / Metafysica / Speculatie / Wetenschap
Denkers : Augustinus / Whitehead
In de Metafysica van Kwaliteit is ‘veroorzaken’ een metafysische term die vervangen kan worden door ‘waarderen’.
Robert M. Pirsig in Lila. An inquiry into values (1991)
Eeuwenlang hebben empiristen, die alleen uit willen gaan van wat we kunnen waarnemen, moeite gehad met oorzakelijkheid. Je kunt wel zien dat het ene (altijd) na het andere komt, maar dat dat ene dat andere ‘veroorzaakt’ kun je niet waarnemen. Intussen doen wetenschappers en gewone mensen alsof ze leven in een wereld vol causaliteit. Volgens Robert M. Pirsig (1928–2017) verandert er niks aan de feiten van ons dagelijks leven of de wetenschap als je in het vervolg niet langer zegt ‘A veroorzaakt B’, maar ‘B waardeert A’. We zijn gewend te zeggen dat het bewegen van metaal in de richting van een magneet te verklaren is doordat de magneet die beweging veroorzaakt. Maar je kunt volgens Pirsig met evenveel recht zeggen dat ‘metaal de beweging richting de magneet waardeert’.
Toch heeft deze verandering wel belangrijke consequenties voor ons wereldbeeld. Want ‘oorzaak’ impliceert absolute zekerheid, terwijl het bij ‘waarde’ meer gaat om ‘een voorkeur’. Volgens Pirsig past die laatste betekenis ook beter bij de moderne natuurwetenschap waarin één enkel deeltje geen voorspelbaar gedrag vertoont. ‘Wat een absolute oorzaak lijkt is niet meer dan een zeer consistent patroon van voorkeuren.’
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Causaliteit / Empirisme / Kwaliteit / Metafysica / Natuurwetenschap / Oorzaken / Waarde / Zekerheid
Denkers : Pirsig
Iedereen, met welke filosofische overtuiging ook, die op een hete kachel zit, zal zonder enige intellectuele argumentatie bevestigen dat hij zich onmiskenbaar in een situatie van lage kwaliteit bevindt.
Op 24 april 2017 overleed de Amerikaanse schrijver Robert Maynard Pirsig (geb. 1928). In alle krantenstukken naar aanleiding van zijn dood ging het vooral over de bestseller Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974), het boek dat eerst door 122 uitgevers was geweigerd. Al die in memoriams lieten bovendien niet onvermeld dat de ‘opvolger’, Lila, veel minder succes had.
De opzet van het tweede boek is dezelfde als Zen: de schrijver houdt lange betogen tegen de lezer terwijl hij een reis maakt, waarbij alle gebeurtenissen tijdens die reis een commentaar zijn op de theoretische uitweidingen. In Lila werkt Pirsig de aanzetten uit Zen uit tot een ‘metafysica van de kwaliteit’. Voor Pirsig is kwaliteit of ‘waarde’ het kernbegrip om de natuur, onszelf en onze samenleving te begrijpen. En de kwaliteit of waarde waar het hem om gaat is geen ‘vage, wollige, cryptoreligieuze, metafysische abstractie’. Het is de ervaring zelf. Wie vloekend opspringt omdat hij per ongeluk op een gloeiend hete kachel is gaan zitten, weet één ding zeker: de waarde van die toestand was negatief. Die waarde is de primaire realiteit, waar je later zulke zaken als kachels, hitte, vloeken en je zelf intellectueel uit kunt construeren.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Argumenten / Ervaring / Kwaliteit / Metafysica / Natuur / Samenleving / Waarde
Denkers : Pirsig
Waarom is er eigenlijk iets en niet veeleer niets?
Martin Heidegger in Wat is metafysica? (1929)
Thema's : Angst / Gelatenheid / Metafysica / Niets / Zijn / Zin
Denkers : Heidegger / Husserl
De wereld is in de eerste plaats een morele orde.
Robert M. Pirsig in Lila – an inquiry into morals (1991)
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Faidros / Kwaliteit / Metafysica / Moraal / Werkelijkheid
Denkers : Pirsig
Iedereen die niet door de kwantumtheorie gechoqueerd wordt, heeft er niets van begrepen.
Niels Bohr, geciteerd door John Gribbin in Op zoek naar Schrödingers kat. Quantumfysica en de werkelijkheid (1985)
Thema's : Bestaan / Kwantumfysica / Metafysica / Werkelijkheid
Denkers : Aspect / Bohr / Einstein / Gribbin
We treffen onszelf aan in een gonzende wereld, te midden van een democratie van medeschepselen, terwijl de orthodoxe filosofie ons slechts (…) voert naar eenzame substanties, die elk niet meer dan een illusoire ervaring ondergaan.
A.N. Whitehead in Process and reality (1927-1928)
Thema's : Filosofie / Metafysica / Procesfilosofie / Werkelijkheid
Denkers : Descartes / Hume / Latour / Russell
Waarom is de werkelijkheid die voor de wetenschap het meest aanvaardbaar is er een die geen enkel kind kan begrijpen?
Henri Poincaré
Thema's : Kwaliteit / Metafysica / Werkelijkheid / Wetenschap
Denkers : Pirsig / Poincaré
Jullie Nederlanders maakten zoveel indruk op bezoekers, en vooral op Descartes, dat hij uiteindelijk het witte stuk papier waarop figuren worden getekend, ging verwarren met zijn res extensa!
In zijn voortgaande ‘empirisch-filosofische’ onderzoek naar de bronnen van veel van de schijnbaar onoplosbare problemen van de moderne filosofie, bespreekt de Franse denker Bruno Latour de invloed van de schilderkunst op de filosofie. Een filosoof als John Locke ervaart dat een schilderij hem doet geloven dat er iets driedimensionaals voor hem staat, terwijl het toch duidelijk een plat vlak is. Er moet dus wel een ‘echte’ stimulus zijn die onze geest bereikt (de eigenschappen van het schilderij als plat object) en een ‘subjectieve perceptie’ van de ‘onechte’ driedimensionale kenmerken van de afbeelding. Vanaf dat moment is deze metafoor uit de schilderkunst bepalend voor de manier waarop epistemologen (kennis- en wetenschapsfilosofen) denken over geest en werkelijkheid: er is een harde feitelijke stand van zaken, waar wij een al dan niet juiste kopie van kunnen maken in onze geest. Latour houdt de Nederlandse schilders en kooplieden uit de Gouden Eeuw verantwoordelijk voor dit misverstand. Volgens Latour heeft de verwarring van Descartes catastrofale gevolgen gehad voor de filosofie en heeft die zich nooit meer hersteld van dit door elkaar halen van ontologie en verbeeldingsstrategieën. Zelf pleit hij voor een onderzoek naar ‘matters of concern’ in plaats van ‘matters of fact’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Epistemologie / Filosofie / Geest / Metafysica / Ontologie / Schilderkunst / Werkelijkheid
Denkers : Descartes / Latour / Locke
Goed is een zelfstandig naamwoord.
In 417 pagina’s heeft Phaedrus, de hoofdpersoon van Pirsigs tweede boek, een Metafysica van de Kwaliteit uiteengezet. Met twee soorten kwaliteit op vier niveaus heeft hij de geschiedenis van de wereld en het universum herschreven als een ontwikkeling van het Goede en ook een beetje het Kwade. Op de laatste bladzijde komt hij zelf met een samenvatting van dit project: goed is een zelfstandig naamwoord. In Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) had de hoofdpersoon al heel veel moeite gehad met het loskomen van de moderne traditie die slechts twee ‘zelfstandige naamwoorden’ kent: subject en object. Kwaliteit kon niet iets zijn wat óf een ‘feitelijke eigenschap was van de werkelijkheid’, óf ‘alleen maar onze beleving daarvan’.
Uiteindelijk leert Phaedrus meer over kwaliteit van de Amerikaanse indianen, dan van de cultureel-antropologen die hen bestuderen. De antropoloog Boas ontdekt dat de Dakota-indianen ‘goed’ beschouwen als een zelfstandig naamwoord in plaats van een bijvoeglijk. Phaedrus vergelijkt hem met een ontdekkingsreiziger die noteert dat hij ‘geel metaal’ heeft aangetroffen, zonder daar vervolgens iets mee te doen, omdat dat dat niet ‘wetenschappelijk’ zou zijn.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Goed / Kwaliteit / Metafysica / Object / Subject / Wetenschap
Denkers : Faidros / Pirsig
Het schrijven van een metafysica is in strikt mystieke zin een ontaarde activiteit.
Net als in zijn eerste boek over Zen en de kunst van het motoronderhoud (1974) is hoofdpersoon Phaedrus in Lila van Robert M. Pirsig (1928) op reis. Dit keer gaat het per boot en is zijn reisgenoot een vrouw die hij vaag kent. Ook dit keer zijn de reiservaringen van het landschap en het dagelijks leven een spiegeling van wat Phaedrus vertelt over de metafysica van de kwaliteit. En ook is de relatie tussen Phaedrus en Lila (zoals die tussen Phaedrus en zijn zoon in het eerste boek) als het ware een commentaar op de pretentie van de auteur om een metafysica van kwaliteit te ontwerpen. Het antwoord dat hij zelf geeft in het boek is dat het schrijven van een metafysica misschien een ontaarde activiteit is, maar dat ‘een meedogenloos, doctrinair vermijden van ontaarding een ander soort ontaardheid is’, namelijk die van fanatici.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Ik beschouw natuurkundigen als de laatste priesters van de civilisatie. Natuurkundigen zijn de zakkenrollers van God. In ernst: er is één ding dat geen natuurkundige kan bewijzen, en dat is dat de natuur een orde heeft.
Dat de natuur een orde heeft is al generaties lang een uitgangspunt voor de fysici, ging de bekende theoretische fysicus Abraham Pais (1919-2000) verder. Hij werkte onder anderen met grootheden als Einstein, Bohr, Oppenheimer, Dirac en Feynman. In zijn latere leven werd hij vooral beroemd vanwege zijn biografieën van beroemde natuurkundigen. Zo schreef hij Subtle is the Lord (1982) over Albert Einstein. Enkele jaren voor zijn dood publiceerde hij ook een autobiografie.
In het geciteerde interview stelt hij dat natuurkundigen geloven dat er vooruitgang blijft komen in de wetenschap, dat de orde van de natuur steeds meer en beter in beeld komt. Hij gaat zelfs zo ver om te zeggen dat het ‘in zekere zin een religieus geloof’ is. Overigens hoeft dat niet helemaal te verbazen. De theoretische natuurkunde van de afgelopen honderd jaar raakt vaak aan zeer metafyische kwesties van werkelijkheid, tijd en ruimte. En zei Einstein niet in reactie op de statistische benadering van de quantummechanica dat God niet dobbelde.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Geloof / God / Metafysica / Natuurwetenschap / Orde / Wetenschap
Denkers : Einstein / Pais
De wet van Phaedrus: Het aantal rationele hypothesen om ieder gegeven fenomeen te verklaren is oneindig.
Het eerste boek van Pirsig (Zen en de kunst van het motoronderhoud, 1974) werd door 121 uitgevers geweigerd, voordat er een bereid was hem 3000 dollar voorschot te betalen. Nog steeds worden er ieder jaar wereldwijd 100.000 exemplaren van verkocht. In eerste instantie formuleert Phaedrus zijn wet nog als een aardigheidje. Maar al gauw wordt het een van de aanwijzingen dat er iets fundamenteel mis is met de westerse rationaliteit die is geculmineerd in de wetenschappelijke methode. In de traditionele wetenschapsfilosofie wordt een onderscheid gemaakt tussen twee ‘contexten’. Je kunt alleen iets zinnigs zeggen over de ‘context van rechtvaardiging’. De redeneringen van een wetenschapper moeten logisch en empirisch deugen. Maar over de ‘context van ontdekking’ hoef je je verder niet druk te maken. Een hypothese mag overal vandaan komen, als hij uiteindelijk maar volgens de regelen der methode wordt getoetst. Je zou kunnen zeggen dat Phaedrus zich er vooral zorgen over maakt dat de ‘beste geesten’ zich dus verre houden van het nadenken over de oorsprong van goede hypothesen. Uiteindelijk ontwikkelt hij een geheel nieuwe metafysica die niet gebaseerd is op rede (rationalisme) of waarneming (empirisme), maar op (de ervaring van) kwaliteit.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Thema's : Kwaliteit / Metafysica / Phaedrus / Rationaliteit / Wetenschap / Wetenschapsfilosofie
Denkers : Faidros / Pirsig