Moderniteit
Wij zijn nu gedagvaard om voor GAIA te verschijnen.
Bruno Latour in An inquiry into modes of existence (2013)
Als zelfs ‘onverstoorbare en serieuze types’ als geologen gaan praten over het Antropoceen en de mensheid zien als een kracht met dezelfde omvang als vulkanen en platentektoniek, is er volgens Latour geen hoop meer dat we Wetenschap en Politiek ooit nog kunnen scheiden. Maar daarmee functioneert de toetssteen waarmee de moderne mens zich van het verleden en andere culturen probeerde te onderscheiden ook niet meer. Daarom moeten we nu voor een nieuwe rechter verschijnen: Gaia, die ‘vreemde, dubbel samengestelde figuur die bestaat uit wetenschap en mythologie’. In Oog in oog met Gaia (2015) presenteert Latour zijn gedachten over het ‘Nieuwe Klimaatregime’ waartoe dit besef ons dwingt.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Het avontuur van de afgelopen drie eeuwen kan worden samengevat in het … Grote Verhaal … van een dubbele verschuiving: van economie naar ecologie.
Bruno Latour in An inquiry into modes of existence (2013)
Zowel ‘economie’ als ‘ecologie’ stammen in het eerste lid af van het Griekse oikos, huishouden. In de loop van de afgelopen driehonderd jaar hebben we volgens Latour (1947-2022) de hele wereld gedwongen in De Economie te huizen, waarvan we nu weten dat die een onbewoonbare dystopie was, zoiets als ‘opium van het volk’ (zoals Marx de religie betitelde). Nu moeten we met ons oude meubilair plotseling verhuizen naar iets wat ‘ecologie’ heet, maar dat nog geen vorm of inhoud heeft. Het verbaast dan ook niet dat de moderne mens somber is.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Verveling is de doodsvijand van de moderne mens.
Wilhelm Schmid in Gelatenheid (2014, 2015)
De Duitse levenskunstfilosoof Wilhelm Schmid is van 1953 en als hij begin zestig is, vindt hij het tijd om te reflecteren op het ouder worden. De juiste levenshouding voor het derde en vierde kwart van je leven is volgens hem gelatenheid. Daar kom je in tien stappen. De derde stap betreft de waardering van gewoonten, waarmee we energie besparen omdat die ons in staat stellen ons te ‘laten leiden door alles wat daarin al bepaald is’. Gewoonten zijn overigens in elke levensfase van belang, maar helaas kenmerkt de moderne tijd zich door ‘gewoontevijandigheid’. Terwijl ook zij die graag ‘druk, druk, druk’ zijn toch moeten erkennen dat gewoonten een ‘weldadige time-out’ mogelijk maken van de talloze beslissingen die we toch al moeten nemen.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Snelheid is de oorlog in pure toestand.
Paul Virilio, geciteerd door Peter Timmerman in Denkers van nu (2005)
De jonge Paul Virilio maakt in de Tweede Oorlog kennis met de verschrikkingen van de oorlog als Nantes, waar zijn ouders vanuit Parijs naartoe zijn gevlucht, onder geallieerd vuur komt te liggen. Om die ervaringen te verwerken begint hij te schrijven. Na de oorlog leert hij glas-in-loodramen maken en gaat hij schilderen, wat hem in kunstkringen doet verkeren. Later volgt hij colleges filosofie bij fenomenoloog Maurice Merleau-Ponty.
Zelf ontwikkelt hij vervolgens een fenomenologie van de snelheid, die hij ‘dromoscopie’ noemt. Hij ziet de moderniteit als één groot snelheidsproject. Voor moderne mensen is vooruitgang hetzelfde als snelheid en versnelling. Op basis van die gedachte ‘herschrijft’ hij de geschiedenis. Voor hem staat snelheid voor geweld en verlies. In een trein verandert het landschap in filmische flarden. Maar hij meent vooral dat snelheid verband houdt met machtsuitoefening en oorlog. Ook in onze ‘vreedzame’ tijd is de macht in handen van degenen die het snelst over relevante informatie beschikt. Je kunt denken aan de ‘flitshandel’ met aandelen, waarbij fracties van centen worden verdiend met koersverschillen die alleen worden waargenomen door degenen met de snelste computerverbindingen.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
De ware morele problematiek van onze tijd is de onverschilligheid van de mens jegens zichzelf.
Erich Fromm in De zelfstandige mens (1947, 1955)
In de inleiding tot zijn anthologie Over levenskunst (2002) citeert Joep Dohmen de neofreudiaanse sociaal filosoof Erich Fromm, die de balans opmaakt van de malaise van de moderniteit. De onverschilligheid waar hij het over heeft, blijkt volgens hem uit het feit dat wij ‘de zin voor de betekenis en het unieke van de individuele mens zijn kwijtgeraakt en onszelf als handelswaar zijn gaan beschouwen’. De reden hiervoor, zegt Fromm, is ‘dat de moderne mens het besef voor het leven als een kunst is kwijtgeraakt’. Ons bestaan wordt tegenwoordig gekenmerkt door ‘individuele zelfbeschikking’ en ‘waardepluralisme’. En we blijken eigenlijk nauwelijks opgewassen tegen deze vrijheid om ons leven zelf te bepalen. Dohmen ziet daarom de hernieuwde belangstelling voor de levenskunst als een reactie op de moderne vrijheid.
Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media
De moderne tijd was een reis naar de volmaaktheid. Om dezelfde redenen was de moderne tijd er ook een van vernietiging.
Daarmee is moraliteit een bron van worstelingen en problemen waar in onze huidige samenleving steeds minder tijd en ruimte voor is. Veel organisaties profiteren van de voortgaande ‘adiaforisering’: het vrijstellen van een groot aantal menselijke acties van een morele beoordeling en daarmee ook van morele betekenis. Je kunt hier bijvoorbeeld denken aan alle westerse kledingbedrijven die zich nooit druk maakten om de werkomstandigheden in de sweatshops in Bangladesh. De mensen die daar werkten waren verdwenen in de spreadsheets waarmee de bedrijfsstrategen voorrekenden dat ‘outsourcing’ rendabeler was. Ook onzichtbaar waren de textielarbeiders in Enschede of Manchester die hun baan verloren. Zij doken pas weer op in de werkloosheids- en arbeidsongeschiktheidscijfers waarvoor de samenleving een oplossing moest vinden.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
… het idee van ‘duurzame ontwikkeling’ en ‘beschermde soorten’ kan ook van toepassing zijn op begrippen!
Bruno Latour in Enquête sur les modes d’existence – Une anthropologie des Modernes (2012)
Wat we zeggen legt ons veel uitgebreidere verplichtingen op dan we zouden willen – genoeg om het langzamer aan te doen en na te denken voor we iets zeggen.
Bruno Latour in An inquiry into modes of existence (2013)
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
God mag weten welke ogenschijnlijke onzin morgen de waarheid zal blijken te zijn.
A.N. Whitehead in Science and the modern world (1926, p. 116)
Deze verzuchting slaakt Alfred North Whitehead (1861–1947) in zijn onderzoek naar de relatie tussen wetenschap en de moderne wereld. In de achttiende eeuw triomfeerde het gezonde verstand over alle middeleeuwse fantasieën. De geleerden uit die tijd waren ervan overtuigd dat we de echte onzin nu achter ons hadden gelaten. Maar toen kwam de twintigste eeuw, met relativiteit en kwantumverschijnselen, en we bevinden ons aan de andere kant van de pool: juist het gezonde verstand kan de wetenschap niet meer volgen.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Niets is minder conservatief, en niets staat zozeer met beide benen op de Grond als religie.
Bruno Latour in ‘Will non-humans be saved? An argument in Ecotheology’, uit Journal of the Royal Anthropological Institute (2009)
Inmiddels is duidelijk geworden dat Bruno Latours (1947) vraag ‘moderniseren of ecologiseren’ (1997) kan worden beantwoord: moderniseren werkt niet. Alleen is nog niet helemaal duidelijk wat ‘ecologiseren’ betekent. De voorgestelde oplossingen sluiten in ieder geval niet aan op de bedreigingen van de ecologische crisis. ‘Als de eerste trillingen van de Apocalyps te horen zijn, zouden de voorbereidingen op het einde iets meer mogen zijn dan het gebruik van een ander soort lamp …’
Als mensen apocalyptische termen gaan gebruiken, kun je je volgens Latour beter direct tot de religie wenden, in plaats van die alleen maar ‘metaforisch’ te behandelen. Er is immers geen twijfel over mogelijk dat de religie alles te maken heeft met ‘radicale veranderingen in de aard van het dagelijks leven’. Religie heeft bovendien een vast vertrouwen in ‘Incarnatie’: ‘voor de transsubstantiatie van brood en wijn in vlees en bloed, heeft er al een andere onbetwijfelbare transsubstantiatie plaatsgevonden, die even mysterieus is’, namelijk die van graan en druiven in brood en wijn.
Daarom dient religie, in ieder geval in christelijke gedaante, zich aan als een plausibel alternatief voor een ecologisch bewustzijn, dat ethisch en emotioneel zo veel minder kracht heeft om ons ertoe te brengen te doen wat nodig is om mensen en niet-mensen te redden.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Moderniseren of ecologiseren? Dat is de vraag.
Bruno Latour in To modernize or to ecologize? That’s the question (1998)
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Agnosticisme is een manier om niet langer te geloven in het idee van geloof.
Bruno Latour (geboren 1947) probeert een antropologie van de moderne mens te ontwikkelen. Hij benadert wetenschappers op dezelfde manier als waarop een cultureel antropoloog een ‘primitieve stam’ bestudeert. Hij laat zien dat het succes van de wetenschappen heel anders verklaard kan worden dan op grond van de overtuiging dat alleen wetenschappers rationeel zijn en daardoor toegang hebben tot de echte werkelijkheid. Steeds weer proberen zijn critici hem vast te pinnen op een keus voor rationaliteit of voor geloof, voor realisme of relativisme. Deze drang heeft hij zelf weer geprobeerd te analyseren (onder andere in Pandora’s hope, 1999), maar intussen gaat hij gewoon verder met het ontwikkelen van een ‘niet-moderne antropologie’. In een poging om de symmetrie te herstellen tussen de manier waarop wij tegen andere culturen aankijken, probeert hij ook over goden na te denken zonder te geloven in rationaliteit, maar ook niet in ‘geloof’. Voorheen kon hij gewone wetenschapsfilosofen nog wel eens op de kast krijgen door te stellen dat de overtuiging dat het DNA al bestond vóórdat het was ontdekt ‘een respectabel geloof’ is. Maar later probeert hij te bedenken wat de consequenties zijn van de opheffing van het onderscheid tussen geloof en weten.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Er valt over de postmodernen maar één positief ding te vertellen: na hen is er niets meer.
In de jaren tachtig van de twintigste eeuw wordt Bruno Latour (1947) een van de voormannen van de ‘empirische wending’ in het denken over wetenschap. Hij noemt zichzelf ‘wetenschapsantropoloog’ en bekijkt een laboratorium vol wetenschappers zoals wij een ‘vreemde stam’ zien, als een onbekende cultuur met allerlei vreemde gebruiken, overtuigingen en goden. Op verzoek van zijn uitgever schrijft Latour in het begin van de jaren negentig een ‘echt Frans boek’. Dat wil (in zijn eigen woorden) zeggen met veel ‘grote woorden’ en ‘zonder empirische onderbouwing’. In dit boek laat hij zien hoe al sinds Kant een scheiding is ontstaan tussen natuur en samenleving, tussen werkelijkheid en subjectiviteit. Deze onderscheiding werd aan de ene kant als zeer problematisch ervaren, maar aan de andere kant als min of meer onvermijdelijk gezien. Zo proberen allerlei filosofen sindsdien deze ‘moderne dimensie’ te overwinnen, maar slagen ze er alleen maar in om de twee polen steeds definitiever van elkaar te vervreemden. Latour pleit daarom voor een ‘symmetrische antropologie’: we moeten onze eigen cultuur en die van vroeger en elders op dezelfde manier onderzoeken en we moeten onderzoeken wat de ‘geschiedenis’ van (de geconstrueerde) objecten en feiten is.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media