Moraal

Als mensen overkomt waar zij naar streven is dat nog niet het betere.

Herakleitos over de natuur/De ziel, het gemoed, de verandering in ons (nl.wikibooks.org, maart 2012)

Lang zijn deze woorden van de presocratische Griek Herakleitos van Efeze (540-480 v.C.), de ‘duistere’ of de ‘wenende’ filosoof, voor velen vanzelfsprekend geweest, omdat de moraal niet een kwestie was van individuele voorkeur, maar een objectieve status had die gegarandeerd werd door God en Natuur. Voor veel mensen is het steeds minder goed te begrijpen hoe het zou kunnen dat het volgen van hun ‘passie’ niet de enige juiste weg zou zijn. Maar volgens Herakleitos is onze ziel, zoals alles in de wereld, een mengsel van (goddelijk) vuur en (onedel) water. Het is daarom zaak onze ziel ‘droog’ te houden. Wat ons onmiddellijke verlangen wil, kan ten koste gaan van onze ziel.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

… een natuur zonder mensen … Het gaat niet! Het gaat helemaal niet: ik heb het weer, dat rotgevoel, de Walging.

Jean-Paul Sartre in Walging (1938, 2005)

De eerste roman van Jean-Paul Sartre (1905-1980) kreeg zijn titel van zijn uitgever Gaston Gallimard. Sartre zelf had het boek Melancholia genoemd. Walging ‘is de ervaring van het absolute, van de dwaze onverzettelijkheid van de wereld, want bestaan, dat is er zijn, zomaar, en zodra we ons daar bewust van worden, kunnen we niet meer ontsnappen aan die walging’.

In het jaar 2011 werd verslag gedaan van onderzoek naar het menselijke vermogen om van iets te walgen. Dat vermogen beschermt mensen tegen ziektes, namelijk doordat de walging ervoor zorgt dat we uit de buurt blijven van poep, lichaamsvocht en bedorven voedsel, waarin ziekteverwekkers kunnen zitten. Zelfs de lagere dieren kennen al een dergelijk beschermingsmechanisme. De Britse onderzoekster Valerie Curtis vertelt in het tijdschrift Philosophical Transactions of the Royal Society dat het vermogen om te walgen ook van invloed lijkt te zijn op onze moraal. ‘De vorming van simpele regels die voorkomen dat je andere mensen ziek maakt met je uitwerpselen, is een van de manieren waarop de menselijke moraal kan zijn ontstaan’, aldus Curtis.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Uit de verlatenheid vloeit voort dat wijzelf ons wezen kiezen.

Jean-Paul Sartre in Over het existentialisme (1965)

Aan de hand van concrete voorbeelden legt Sartre in dit op verzoek geschreven boekje zijn belangrijkste existentialistische ideeën uit. Een van zijn leerlingen was hem in de oorlog om raad komen vragen. Zijn vader had zijn moeder verlaten en neigde naar collaboratie en zijn oudste broer was bij de Duitse inval gesneuveld. De student zat vol wraakgevoelens en wilde eigenlijk naar Engeland vluchten en zich bij de Vrije Fransen aansluiten. Hij wist echter dat hij nog de enige zin was van het leven van zijn moeder en dat ze wanhopig zou zijn als hij weg zou gaan. Bij de moraal kon hij geen uitsluitsel vinden. Welke waarde zou immers in zijn geval de doorslag moeten geven? Zelf denkt de student dat hij zijn ‘gevoel’ moet volgen, maar Sartre meent dat de kracht van zijn gevoel (voor moeder of vaderland) alleen achteraf bepaald kan worden: ‘Ik kan zeggen: ik houd genoeg van mijn moeder om bij haar te blijven, maar alleen als ik inderdaad bij haar ben gebleven.’ Zelfs de eventuele raad die Sartre hem zou geven, heft de eenzaamheid van de ‘veroordeling tot de vrijheid’ niet op: ‘als men een raadsman kiest, engageert men zich wederom.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

(De vader, de gangster:) Verkrachters en moordenaars kunnen slachtoffers zijn volgens jou. Maar ik noem ze honden en als ze hun eigen kots opvreten, dan moeten ze op hun donder krijgen. / (De dochter, Grace:) Maar honden beantwoorden aan hun eigen natuur.

Dialoog in Dogville (2003) van Lars von Trier

[Deze tekst bevat spoilers] Op de vlucht voor haar vader, de gangster (James Caan), komt Grace (Nicole Kidman) terecht in het door en door Amerikaanse dorpje Dogville, waar ze door de inwoners aarzelend wordt opgenomen. Eerst bedenken de bewoners dat het goed is dat zij voor hen gaat werken, om hen zo voor hun gastvrijheid te bedanken. Uiteindelijk wordt zij geketend als een slaaf en door de mannen van het dorp verkracht en door de vrouwen vernederd.
Als haar vader haar uiteindelijk vindt, zijn we getuige van een dialoog over de moraal van haar moraal. Haar vader verwijt Grace arrogantie. Ze vergeeft de mensen in het dorp, omdat ze arm en achterlijk zijn. Maar ze zou voor zichzelf nooit een dergelijk excuus accepteren. Hij vindt dat zij aan haar eigen standaard moet vasthouden, dat ze hun dat ‘verschuldigd’ is. Uiteindelijk aanvaardt Grace de macht die zij van haar vader krijgt, ‘om de wereld een beetje beter te maken’. Dat betekent in dit geval dat alle inwoners worden doodgeschoten en de stad wordt platgebrand.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

De rekenmachine doet dingen, die het denken nader komen dan al wat de dieren doen, maar zij verricht niets, dat ons zoude mogen doen zeggen, dat zij een wil heeft zooals de dieren.

Blaise Pascal in De gedachten (1670, 33:24)

Blaise Pascal (1623-1662) was de tweede (na de Duitser Schickard) die een rekenmachine ontwierp, die Pascalina wordt genoemd. De ‘gedachte’ die Pascal eraan wijdt, betreft een kwestie die nog altijd de gemoederen bezighoudt: de vraag of een machine kan denken, en zo ja, wat dan het verschil is met levende wezens. Psychologen en neurologen geloven niet meer in zoiets als ‘de wil’ en je zou dus zeggen dat ze zich dus niet hoeven te laten verontrusten door Pascal bij hun gelijkstelling van mens en machine: beide doen alles wat ze doen omdat ze nu eenmaal zo geprogrammeerd zijn. Maar waarom spraken we eigenlijk vroeger over ‘de wil’ als we levende wezens beschouwden? Omdat we levende wezens allerlei dingen zien doen die ze zelf belangrijk vinden. Sommige techniekfilosofen draaien daarom de zaak om en zeggen dat ook machines een wil hebben en zelfs een moraal (al is het soms nogal een beperkte). Een rekenmachine doet niets liever dan rekenen, en vindt rekenen het belangrijkste wat er is. Het is aan ons om te zorgen dat ze nooit aan de macht komen. Maar misschien zijn ze dat allang.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media