Onrecht
Je vriend, je geliefde, je kind of wie er verder voorwerp van je liefde is, heeft er recht op dat die liefde geuit wordt.
Søren Kierkegaard in Wat de liefde doet (1847, vertaling 2007)
Als je waarachtig van iemand houdt, moet je dat zeggen en de emotie niet verborgen houden, vindt Kierkegaard (1813-1855). Wanneer iemand je werkelijk ‘innerlijk beweegt’, behoort die beweging niet jou toe maar de ander. Je moet je ook niet schamen voor je gevoelens, want als je daarom zwijgt en je liefde niet laat blijken, kan zoiets ‘juist betekenen dat je liefdeloos onrecht doet, vergelijkbaar met iemand onthouden wat hem of haar toekomt’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Het niet nakomen van politieke beloften verzwakte de representatieve regering en wakkert politiek cynisme en passiviteit aan.
Judith Shklar in Over onrecht (1988, vertaling door Timon Meynen, 2024)
Anders dan de meeste filosofen beschouwt Judith Shklar (1928–1992) onrecht niet als de afwezigheid van rechtvaardigheid, maar iets wat op zichzelf moet worden onderzocht. Daartoe luistert zij in de eerste plaats naar de slachtoffers van onrecht. Een van de vormen van onrecht is het breken van beloften, wat zowel in het privéleven als in het openbare leven gebeurt. Zij constateert dat het vaak de sterken zijn die bij de zwakkeren verwachtingen wekken die ze niet nakomen. Dat kan een ouder zijn die het kind een ijsje belooft, maar het uiteindelijk niet geeft. Het kan ook gaan om politici, die ‘doorgaans’ hun beloften breken. Ondanks het citaat is zij dan nog optimistisch: we hoeven volgens haar niet te vrezen dat burgers hun geloof in het gezag van de wetten snel zullen verliezen …
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media