Opgewektheid

Wie opgewekt is, heeft altijd een reden het te zijn, namelijk juist de opgewektheid zelf.

Arthur Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn (2011)

De dertiende leefregel die volgens Schopenhauer leidt tot een gelukkig leven is dat je moet oppassen als je opgewekt bent. Je moet namelijk niet eerst nog aan jezelf toestemming vragen om dat te zijn door te bedenken of je daar wel goede redenen voor hebt. In ieder geval is niets zekerder van haar beloning dan de opgewektheid, ‘want bij haar vallen beloning en handeling samen’. In een noot daarbij volgt dan het citaat. Een soepeler vertaling, van Martin de Haan, luidt: ‘Wie vrolijk is, heeft alle reden om het te zijn, namelijk juist omdat hij het is.’

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Bezonnenheid vormt het grootste deel van het geluk

Sophokles geciteerd in Arthur Schopenhauer in De kunst om gelukkig te zijn (2011, p. 25)

Als de Duitse filosoof Arthur Schopenhauer (1788–1860) zich verspreid in zijn geschriften waagt aan het formuleren van een ‘geluksleer’ dan valt die in twee delen uiteen: regels voor onze houding tegenover onszelf en voor onze houding tegenover anderen. Daaraan voorafgaand moet je volgens hem nog wel nader formuleren waar het geluk, waar die leer toe dient, precies in bestaat:

  1. opgewektheid, een gelukkig temperament;
  2. lichamelijke gezondheid, die haast een noodzakelijke voorwaarde is voor 1., en die bevorderd wordt door ‘dagelijks minstens twee uur kwieke beweging in de frisse lucht’;
  3. geestelijke kalmte (en in dat verband citeert hij Sophokles over de ‘bezonnenheid’);
  4. (een zeer kleine hoeveelheid) uitwendige goederen, namelijk alleen de volgens Epicurus natuurlijke en noodzakelijke (bijvoorbeeld een minimale hoeveelheid eten en drinken).

Tevens verschenen op de Levenskunst Kalender © Veen Media