Verlichting
Sinds de herontdekking van de rede in de 17e eeuw heeft de Europese mens zichzelf nogal voor de gek gehouden.
Jan Warndorff in Ik ben de wereld – Anders denken in de 21e eeuw (2021)
Volgens Jan Warndorff was de Verlichting tegelijkertijd een Verduistering. De ‘wetenschappelijke revolutie’ betekende ook dat de Europese mens zichzelf oogkleppen opzette om een helder en overzichtelijk gezichtsveld te hebben waarover een bepaald soort kennis mogelijk was. Maar daarmee werd alles wat daar buiten viel ‘ont-kend’. Het Denken met een hoofdletter D werd daarvan het slachtoffer. De voor ieder mens fundamentele vragen werden niet meer gesteld. Wie of wat zijn wij eigenlijk als mens? Waar komen wij vandaan en waar gaan wij heen? En dan hield de Europese mens zichzelf ook nog voor de gek dat hij zich juist níét (langer) voor de gek hield …
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Wanneer je religie ziet als iets levends … dan krijgen de verlichte geesten die in de kranten schrijven ontzettend veel kriebels.
Frans Kellendonk in zijn dagboek, 30 mei 1986 (verschenen in De Revisor)
Tegenwoordig wordt Mystiek lichaam van Frans Kellendonk beschouwd als een hoogtepunt in de naoorlogse literatuur, maar na het verschijnen was de ‘bloeddorst van onze weldenkende opiniemakers … ongelooflijk’. In Vrij Nederland, de Volkskrant, NRC Handelsblad verschenen beschuldigingen van antisemitisme en homohaat. En zelfs Koot en Bie lieten zich horen. Dat Kellendonk zich verdedigde in een interview in Vrij Nederland werd als een teken van zwakte opgevat.
In zijn dagboek verzucht Kellendonk dat hij blijkbaar een aantal kwesties heeft aangeroerd waaraan mensen liever niet herinnerd worden. In de Nederlandse literatuur was men gewend aan ‘afrekeningen’ met het godsdienstige verleden van schrijvers als Maarten ’t Hart, Jan Wolkers en Maarten Biesheuvel. Maar nu was er een schrijver die het had over religie als ‘iets dat de levens van alle mensen doordringt en niet zomaar een liefhebberij is van een paar zotten’. ‘Blijf van mijn lijf’, roept Kellendonk uit.
Uiteindelijk kreeg hij voor het boek de Ferdinand Bordewijk Prijs en werd hij genomineerd voor de AKO Literatuurprijs, maar door de ‘hevige beroering’ was Kellendonks gemoed wel ‘wat wankel geworden’. Enkele jaren later overleed hij, net 39 geworden, aan aids.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
We leven in een tijd die zichzelf ziet als overtuigingsloos.
Gerko Tempelman in Ongeneeslijk religieus (2018)
De ondertitel van het boek van filosoof en theoloog Gerko Tempelman is lastig weer te geven, omdat hij hierin een grapje uithaalt wat postmodernisten wel vaker doen: de doorhaling. In het lettertype van de rest van de omslag staat er: ‘Hoe God verdween uit onze wereld en waarom steeds meer filosofen zeggen dat-ie terug is.’ Vervolgens is ‘onze wereld’ als het ware met potlood doorgestreept en staat daarboven: ‘mijn leven.’ En beide lezingen dekken de lading. Het is een zeer persoonlijk verslag van zijn gelovige jeugd, zijn twijfels, maar ook zijn lezing van postmoderne denkers als Derrida en Caputo, die hij aardig toegankelijk weet te maken.
Het citaat is afkomstig uit een bespreking van de ideeën van Slavoj Žižek. Deze meent dat mensen tegenwoordig niet verlichter zijn dan vroeger, maar juist meer dan ooit blind zijn voor hun eigen overtuigingen, juist omdat ze menen ‘overtuigingsloos’ te zijn. Veel mensen zeggen nergens in te geloven, maar uit hun handelen blijkt onvermijdelijk het tegendeel. Daar blijkt dat we nog altijd door en door ideologisch zijn, onder meer in ons geloof in de vrije markt.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Filosofen en rabbijnen zijn het eens: Spinoza blijft vervloekt.
Paul Steenhuis in NRC Handelsblad, 7 december 2015
In 1656 sprak de Portugees-joodse gemeenschap in Amsterdam wegens ‘gruwelijke ketterijen’ een banvloek uit over de filosoof met dezelfde afkomst: Baruch de Spinoza (Latijn: Benedictus de Spinoza; Portugees: Bento de Espinosa (of d’Espinosa) 1632-1677). Spinoza geloofde namelijk niet in de goddelijke openbaring en in een straffend en belonend opperwezen. Na bijna 360 jaar werd in 2015 in de Rode Hoed in Amsterdam gesproken over de vraag of die banvloek niet eens moest worden opgeheven.
Zowel de religieuze autoriteiten als de internationale wijsgerige experts vonden ten slotte dat daar geen aanleiding voor was. De Britse historicus Jonathan Israel, die Spinoza kroonde tot de grondlegger van de ‘radicale verlichting’ en hem daarmee ‘actualiseerde’, betoogde bijvoorbeeld dat Spinoza’s ideeën over democratie en vrijheid van meningsuiting ook in de Republiek in de ban werden gedaan. Herman Philipse vond dat die verbanning nog wel meeviel als je bedacht dat katholieke ketters in die tijd nog op de brandstapel kwamen.
De opheffing van de banvloek was dus niet nodig (Spinoza accepteerde zijn uitstoting ook zelf) en kerkrechtelijk ook onmogelijk: je moest daar binnen dertig dagen bezwaar tegen maken, en je moest spijt hebben.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Sapere aude – heb de moed om wijs te zijn
Letterlijk betekent de uitspraak sapere aude van de Romeinse dichter Horatius (65–8 v.Chr.) ‘durf te weten’. Deze aansporing nam Immanuel Kant over in zijn programmatische Beantwortung der Frage: Was ist Aufklärung? (1784). Daarmee werd het het motto van de Verlichting. Voor Kant ging het erom dat de mens zijn onmondigheid liet varen en niet meer alles aannam waarvan de autoriteiten uit heden en verleden zeiden dat het waar was. De vertaling ‘heb de moed om wijs te zijn’ is ontleend aan Friedrich Schiller die het een ‘veelbetekenende uitdrukking’ van een ‘oude wijze’ noemt.
Zelf denken en kennis vergaren, en je niet op anderen verlaten, maakt je wel eenzaam. Volgens de Duitse filosoof Schopenhauer in Bespiegelingen over levenswijsheid wordt de moed om ‘eigenwijs’ te zijn met het klimmen der jaren echter steeds ‘gemakkelijker en vanzelfsprekender’. Hij ziet het als het lot van ‘alle superieure geesten’ dat ze eenzaam zijn. Maar ‘als men boven de zestig komt, is de hang naar eenzaamheid ronduit natuurlijk’.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Het gedicht van het verstand is filosofie.
Novalis in Werke. Tagebücher und Briefe (1978)
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Wie anderen kent is wijs; wie zichzelf kent is verlicht. Wie anderen overwint is sterk; wie zichzelf overwint is machtig.
Laozi in Tao te tsjing (vertaling Carolus Verhulst, 1979)
Volgens de overlevering is deze klassieke (= tsjing) tekst over de weg (= Tao) van de deugd (= te) in de zesde eeuw voor Christus opgeschreven door Laozi (Laoa Tze of Lao-tse) (604-507 v.Chr.). Deze stichter van het taoïsme is daarmee een tijdgenoot van Confucius, van Gautama Siddharta (de Boeddha) en van de joodse profeten Jeremia, Ezechiël en Jesaja. Laozi zou zijn ideeën hebben opgeschreven op verzoek van een grensbeambte die hij ontmoette toen hij na een bestaan als staatsarchivaris met onbekend bestemming was vertrokken op een reis waarvan hij niet zou weerkeren. Overigens is het een leer-die-geen-leer-wil-zijn. De openingszin luidt: ‘Het Tao dat kan worden uitgesproken / is het eeuwige Tao niet.’
Op internet vind je een site (http://home.pages.at/onkellotus/TTK/_IndexTTK.html) met maar liefst 150 vertalingen van de Tao te tsjing, waarvan vijf in het Nederlands (en daar is de op de voorkant geciteerde nog niet eens bij). In deze vertalingen wordt vooral gevarieerd op slim, wijs en verlicht en op machtig, standvastig, krachtig en sterk. Een prozavertaling is die van Roel Houwink (1985): ‘Mensenkennis getuigt van schranderheid, zelfkennis getuigt van inzicht. Wie anderen overheerst, bezit macht; zelfbeheersing geeft blijk van innerlijke kracht.’
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media
Zo dan is deze, namelijk Eros, eeuwig en noodzakelijk tot aanzijn gekomen door de begeerte van de ziel naar het hogere en Goede en was hij er altijd, sedert ook de ziel er was. En hij is een gemengd wezen, dat deel heeft aan gebrek voorzover het vervuld w
Plotinus (ca. 204-270) geldt als de grondlegger van het neoplatonisme. Zelf vond hij zich een gewone commentator van ‘de goddelijke Plato’. Hij had weinig belangstelling voor de politieke filosofie, maar hij heeft wel een poging gedaan om een stad (Platonopolis) te stichten op basis van de ideeën van Plato in De staat en De wetten. Het denken van Plotinus heeft een sterk mystiek-religieuze component, waardoor hij tegenwoordig gekoesterd wordt door mensen die op zoek zijn naar ideeën voor een new age.
Voor Plotinus is de uiteindelijke bestemming van de mens het eenworden met het Ene. In tegenstelling tot Plato, die pas na de dood een hereniging met de wereld van de Ideeën verwachtte, is voor Plotinus een dergelijke verlichting nog in dit leven mogelijk. Zelf heeft hij die mystieke eenwording vier keer mogen ervaren. Zijn bespreking van Eros sluit aan op het Symposium van Plato. Hierin wordt gesteld dat Eros het kind is van Penia (Armoede). Zij heeft Poros (Vermogen, Overvloed), die na een godenmaal dronken in slaap was gevallen, als het ware verkracht.
Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media