Vrees

Ieder individu begint van voren af aan met de mensheid.

Søren Kierkegaard in Het begrip angst (1844, 2020)

In zijn boek over de angst maakt Kierkegaard, of eigenlijk zijn pseudoniem Vigilius Haufniensis (de ‘wachter’ van Kopenhagen), voor het eerst het onderscheid tussen vrees en angst. De vrees heeft altijd betrekking op een object (spinnen, vliegtuigen, etc.), maar de angst op iets onbekends, namelijk de eigen mogelijkheden. De mensheid begint niet met ieder individu van voren af aan, en daarom bestaat er zoiets als geschiedenis. Maar iedere enkeling is vrij om te doen wat hij wil, het goede of het slechte, en begint daarom van voren af aan met de mensheid, en dat roept angst op.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Bij alles wat gij doet, lees en raadpleeg de wijzen.

Horatius in Epistulae I (20–14 v.Chr.)

Waar u deze citaten met toelichting leest, bepaalt u natuurlijk helemaal zelf. Het schijnt dat sommige mensen deze Kalender zelfs op het toilet hebben hangen. De Romeinse dichter Quintus Horatius Flaccus (65–8 v.Chr.) maakt het niet uit: want bij alles wat je doet, moet je de wijzen lezen en raadplegen, en wel om van hen te horen ‘hoe gij uw leven op aangename wijze kunt slijten; / dat gij niet gekweld wordt door de eeuwig onverzadelijke begeerte, / noch door vrees, noch door hoop op dingen van weinig nut’.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media

Waar vrees is, daar is ook schroom.

‘De dichter’ in Plato – Euthyfro, 12A-B

In zijn dialoog met Euthyfro over de vroomheid citeert Socrates (ca. 470 v.Chr.–399 v.Chr) ‘de dichter’: ‘Maar Zeus die het werk deed, die dit alles tot stand bracht, wil hij niet gispen: waar immers vrees is, daar is ook schroom.’ In dit geval gaat het om verzen uit de Cypria, waarin de gebeurtenissen worden beschreven die voorafgingen aan die in de Ilias. Het woord dat Xaveer de Win vertaalt met schroom, kan ook ‘schaamte, eergevoel, eerbied, ontzag, nauwgezetheid van geweten’ betekenen. In ieder geval is Socrates zelf het niet met de dichter eens. Volgens hem geldt juist: waar eerbied heerst, heerst ook vrees. Een ziekte vrees je immers ook, maar dat wil nog niet zeggen dat je er ontzag voor hebt. Overigens gaat de dialoog verder niet inhoudelijk over deze kwestie. Socrates gebruikt deze omkering om te laten zien dat ook de relatie tussen vroomheid en rechtvaardigheid moet worden omgekeerd: het vrome is ‘een deel van’ het rechtvaardige, en niet andersom.

Tevens verschenen op de Filosofiekalender © Veen Media